• Drievoudig brein

Het drievoudige brein .

Het drievoudige brein (triune brain)

Ons brein is een product van miljoenen jaren evolutie. In de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkelde de Amerikaanse neurowetenschapper Paul McLean de theorie dat onze hersenen bestaan uit drie autonome breinen die elk specifieke functies en mogelijkheden bevatten: het reptielenbrein, het zoogdierenbrein en het mensenbrein. De drie breinen zijn, zoals de naam al doet vermoeden, tijdens de evolutie opeenvolgend ontwikkeld. Ze zijn onderling verbonden en hiërarchisch georganiseerd (waarbij het oudste het hoogste niveau vertegenwoordigd).

De theorie van het drievoudige brein vereenvoudigd de bijzonder ingewikkelde materie van de neurowetenschap tot een zeer eenvoudig en bruikbaar model om menselijk gedrag op een begrijpelijke manier te verklaren. Het maakt inzichtelijk hoe we gedrag kunnen ‘her-programmeren’. Laten we eens kijken wat de functies zijn van de afzonderlijke breinen en hoe ze zich onderling tot elkaar verhouden.

Het reptielen brein

Het oudste deel van het brein is zo’n 500 miljoen jaar oud. Ze bestaat voornamelijk uit de hersenstam. Deze regelt het voortbestaan van het individu en het voortbestaan van de soort: ademhaling, bloedsomloop, hartslag, temperatuurregelingen. Dit brein regelt ook het overlevingsinstinct (voeding) en voortplanting (seksueel gedrag).

Het leervermogen van het reptielenbrein is beperkt tot klassiek conditioneren* (de stimulus-respons reactie zoals beschreven door ‘Pavlov’: eenvoudig maar zeer krachtig). Het reptielenbrein reageert automatisch, autonoom en instinctief op prikkels, denkt niet na en slaat niets op. Gedrag dat in verband kan worden gebracht met dit deel van de hersenen: agressie, lust, dominantie, paringsdrift, dwangmatigheid, fobieën. Hier huist ook verslavingsproblematiek.

Zoogdierenbrein (limbisch systeem)

Met de evolutie van de zoogdieren ontstonden nieuwe structuren bovenop het reptielenbrein die gezamenlijk het zoogdierenbrein of limbisch systeem worden genoemd. Dit brein omvat alles wat met emoties, affectie, motivatie en sociaal gedrag te maken heeft. Hier zitten gevoelens als liefde, genegenheid en verdriet, angst en pijn.

Dit deel van het brein scant alle zintuigelijke informatie op emotionele relevantie en vergelijkt deze met opgeslagen herinneringen (positief/negatief). Het limbisch systeem zorgt ervoor dat we gebeurtenissen onthouden (ons emotioneel geheugen). Het zorgt ervoor dat we plezier beleven aan voeding, seks en sociaal contact; en dat we dit gedrag herhalen. Het zorgt er ook voor dat we onplezierige ervaringen vermijden (pijn, verdriet en angst). Hier zetelt ook je uitstelgedrag.

Het zoogdierenbrein leert door middel van operante conditionering** (belonen/straffen) en is alleen gericht op korte termijn denken. Daardoor ontvangen we liever nu een tientje als over een half jaar 25 euro, sluiten we leningen af tegen veel te hoge kosten en schuiven we verplichtingen zo lang mogelijk voor ons uit.

Mensenbrein (neo cortex)

Toen de aap evolueerde tot mens werd bovenop het zoogdierenbrein vervolgens het mensenbrein of neo cortex ontwikkeld. Deze zorgt voor het opdoen van kennis, leren, het analyseren en oplossen van problemen, creativiteit en logisch denken. Hier huist naast het intellect en geheugen ook allerlei fijne motoriek. In in het voorste deel van de neo cortex (de frontale lob) zit het managementsysteem dat bepaalt hoe goed we ons kunnen focussen; door bepaalde prikkels wel, en andere prikkels niet ‘door te laten’ (de central executive).

Het mensenbrein brein heeft ervoor gezorgd dat we konden gaan communiceren via taal. Dat stelde ons in staat om in grotere sociale groepen te leven (hoe groter de neo cortex; des te groter de groep). Door deze sociale groepen konden wij ons, door het collectieve denkvermogen dat ontstond, ontwikkelen tot -evolutionair gezien- de meest succesvolle soort.

Hoe werken de breinen samen?

Dit brein is uiterst complex en is tot veel in staat maar staat onder aan de hiërarchische ladder. Wij zien onszelf als intelligente wezens die bewust en wel overwogen handelen. Toch hebben ons reptielenbrein en met name ons zoogdierenbrein de eigenschap om ons denkend brein te overheersen.

Veel beslissingen worden op basis van emoties genomen. We doen vaak dingen die we achteraf betreuren. Het zoogdierenbrein neemt het dus over. Soms is dat relatief onschuldig: je wéét dat je beter geen chocolade kunt eten, maar je doet het toch. De dopamine die wordt aangemaakt in je emotionele brein wint het van je gezonde verstand. Soms is het ernstiger; waarom blijven we ons klimaat om zeep helpen terwijl we weten wat de oorzaak is en wetende wat we eraan kunnen of moeten doen?

Sommige prikkels activeren het reptielenbrein dusdanig dat het ons bewustzijn volledig verlamt. Dit deel van het brein staat bovenaan de hiërarchische ladder en is nauwelijks toegankelijk voor de neo cortex. Een sprekend voorbeeld daarvan is verkeersagressie. Een ander voorbeeld is die van een meer nuttige functie: overleven in geval van een levensgevaarlijke situatie: vechten, vluchten of bevriezen.

In een volgend artikel zullen we de samenwerking tussen de drie breinen (en het gebrek daaraan) verduidelijken aan de hand van een sprekend voorbeeld.

*Klassieke conditionering: Stimulus respons reactie. Door twee prikkels altijd tegelijk te geven, gaat het individu de twee met elkaar associëren. Beroemd voorbeeld: De hond van Pavlov kreeg altijd eten wanneer een belletje ging; wanneer het belletje ging, liep de hond het water al in de mond.

**Operante conditionering: Het individu wordt beloond of gestraft, zodat hij de handeling gaat associëren met iets leuks of iets vervelends. Voorbeeld: een stickertje in je schriftje op school als beloning, of voor straf vroeg naar bed.